Natuurgebied Huis ter Heide

Landhuis Huis ter HeideHuis ter Heide

Landgoed Huis ter Heide ligt tussen de dorpen De Moer en Loon op Zand, ten noordwesten van Tilburg. Het noordelijk gedeelte bestaat overwegend uit bos, terwijl aan de zuidgrens vennen en landbouwpercelen liggen.

Huis ter Heide is een aantrekkelijk natuurgebied met vennen, glooiende akkers, gevarieerde loof- en naaldbossen en een landhuis uit 1864. Stadsgeluiden en snelwegoverlast dringen zelden door in het bosgebied. Het natuurgebied wordt, mede door 'Plan Lobelia', steeds mooier en is een paradijs voor rustzoekers. Belangrijkste streven: de ongerepte natte heide, die hier voor 1940 lag, terugkrijgen.


Huis ter Heide De mooie weg tussen Loon op Zand en de Moer met rechts het fietspad

Fraaie wandelwegen doorkruisen het gebiedGeschiedenis
De hoogteverschillen op het landgoed zijn ontstaan aan het einde van de laatste ijstijd, zo'n 10.000 jaar geleden. IJskoude, droge wind hadden In het kale landschap van die tijd vrij spel. Deze wind voerde veel zand aan dat ondermeer op Huis ter Heide werd afgezet. Zo ontstonden er plaatselijk verhogingen in het landschap. Op de dag van vandaag vallen deze hoogteverschillen nauwelijks nog op. Aan het begin van onze jaartelling was dat wel anders. Het inmiddels milder geworden klimaat had uitgestrekte hoogveenmoerassen doen ontstaan. Op Huis ter Heide staken nog enkele zandruggen en zandheuveltjes boven het wijdse veen uit. De Vosberg, de Moerse Heide en het Galgeneind waren bijna de enige plaatsen waar mensen droge voeten konden houden. De rest van het huidige landgoed was bedekt met het ontoegankelijke veen, dat in het westen en noorden aansloot op nog grotere veenmoerassen.

Van al dat veen is nu niets meer over. Vanaf 1269 werden de venen door de Heren van Loon uitgegeven voor de turfwinning. Hout was in die tijd zeldzaam en turfwas een prima brandstofbron. Het veen werd afgegraven in grote ('bancke') of kleine ('plakken') concessies. Het leek onuitputtelijk, maar rond 1600 was er vrijwel geen veen meer over. In en rond De Moer werd het nieuw ontstane land ontgonnen voor de landbouw. Aan de zuidkant lukte dat niet zo best, want de ontwatering bleef hier een probleem. Er ontstonden natte heidevelden. Zo trof men op Huis ter Heide eeuwenlang een grotendeels kaal landschap aan van droge en natte heidevelden met hier en daar een landbouwenclave. Dit veranderde pas toen de droge heide rond de eeuwwisseling werd ingeplant met produktiebos.

Het LeikevenDe heide keert terug!
Boswachters vormen eentonige bossen en landbouwgronden om tot een gevarieerder en natuurlijker landschap met heide en vennen. Tussen het gras en de bomen keren de heidestruiken terug, waar het landgoed bekend om was. Van de landbouwgrond rond het Leikeven is de bovenste voedselrijke laag afgegraven. Het ven is schoon- en slibvrij gemaakt. Door beide ingrepen is de waterkwaliteit sterk verbeterd. De waterlobelia, die hier ooit uitbundig bloeide, is weer teruggekeerd. Heikikker en vinpootsalamander scharrelen weer in het water. In de voedselarme zandgrond ontkiemen de zeldzame klokjesgentiaan en zonnedauw.

Het Leikeven

Loslopende runderen: betreden op eigen risico!Het Leikeven
Het wijdse landschap dat vanaf de uitkijkheuvel bij het Leikeven voor u ligt (links de Plakken en rechts de Loonsche Heide) lag vroeger onder veen. Nadat het veen was afgegraven ontstonden hier natte heidevelden met daarin enkele vennen, zoals het Leike- en Plakkeven. Pas rond de Tweede Wereldoorlog werd hier de heide omgezet in bouwland. Het was één van de laatste ontginningen van 'woeste grond' in Nederland. Het water van de vennen is van nature bijzonder zuiver. Hierdoor konden veel kwetsbare planten- en diersoorten zich lange tijd hier handhaven, terwijl zij elders in Nederland steeds zeldzamer werden of uitstierven. Enkele voorbeelden zijn amfibieën als de heikikker en vinpootsalamander en planten als moerashertshooi en waterlobelia. Vanuit de omringende landbouwgronden spoelde echter mest uit naar de vennen en op de bodem ontstond een laag slib. Het water dreigde net zo vervuild te raken als elders. Het natuurontwikkelingsproject Lobelia van Natuurmonumenten probeert dit proces te keren. Het vervuilde slib wordt afgegraven en van de omliggende, door Natuurmonumenten aangekochte, landbouwgronden wordt de zwaar vermeste bovengrond afgeschraapt. Uiteindelijk ontstaat een schraal, gevarieerd milieu.

Vanuit de uitkijkheuvel is het project goed te overzien. De hoogspanningsleiding in de verte liep dwars door het gebied, maar is omwille van het project verlegd. Een blijvende zorg is de grondwaterstand. De industrie en landbouw op de achtergrond en elders nemen veel water af. Toch trekken de vennen weer vogels en keren amfibieën terug. Met behulp van het informatiepaneeltje zijn wellicht enkele soorten te herkennen.

Schotse hooglanderLekker hapje
In het gebied treft u Schotse hooglanders aan. Deze grote grazers zorgen voor een betere bodemstructuur en variatie in de begroeiing. Op open plekken groeien kruiden en struiken.

In de bossen laat Natuurmonumenten oude bomen staan en dode bomen mogen blijven liggen. Dat is niet voor niets. Dood hout trekt insecten aan en die zijn weer een lekker hapje voor allerlei vogels, waaronder de grote bonte-, de groene- en de zwarte specht.

Groots natuurgebied
Landgoed Huis ter Heide in oude glorie herstellen kan Natuurmonumenten niet alleen. Fuji sponsort verbetering van de waterhuishouding en financiert nieuwe wandelmogelijkheden in het natuurgebied. Een nieuwe ambitie dient zich immers aan. Met plan Woudspoor gaan we Huis ter Heide verbinden met de Loonse en Drunense Duinen. Daarmee wordt dit landgoed deel van een van de belangrijkste, grootste en mooiste natuurgebieden in Noord-Brabant.
Galgeneindse bossenGalgeneindse bossen
De bossen rondom de Galgeneindsstraat zijn eentonig om te zien. De meeste paden zijn kaarsrecht, evenals trouwens de bomen. Deze zijn keurig in het gelid aangeplant; allemaal even oud en van dezelfde soort. Met natuur hadden deze bossen niet veel van doen. Ze werden daarom ook dennenakkers genoemd, waarin slechts weinig diersoorten iets van hun gading vonden. De laatste jaren is Natuurmonumenten echter bezig met om-vormingsbeheer of natuurlijk bosbeheer. De schaarse, inheemse loofbomen die tussen het naaldhout staan, krijgen de ruimte. Soms wordt een groepje bomen gekapt om meer licht op de bodem te krijgen. Op de open plekken krijgen allerlei struiken en kruiden weer een kans. Geleidelijk ontstaat zo een natuurlijker bos waar meer planten- en diersoorten een geschikt plaatsje kunnen vinden.

 

Klik hier voor de overzichtskaart.

Klik hieronder op één van de gerelateerde pagina's: