| Goorvenwandeling in Oisterwijkse Bossen en Vennen |
|---|
Route Startpunt Beste seizoen Roelstoelgebruikers Routebeschrijving Gebiedsinformatie |
Op weg (1) |
| Grove den (2) Na het oversteken van de asfaltweg komt u in een vrij open bos (2). De naaldboom die u hier en op veel andere plekken in de Oisterwijkse Bossen het meeste ziet is de grove den. Deze den is herkenbaar aan de grove, geschubde schors die met name in de top een roodachtige glans heeft. |
| Eekhoorntjes kijken (3) Langs de Van Swinderenlaan (3) heeft u een goede kans om eekhoorns te zien, ’s zomers vooral in de vroege ochtend en de late middag. Op het heetst van de dag houden ze gewoonlijk siësta. In de winter zijn ze juist in de middag actief en blijven ze de rest van de dag in hun nest schuilen. De eekhoornnesten kunt u zien als u de toppen van de grove dennen afspeurt. Hun voetbalgrote nesten zitten altijd dicht tegen de stam aan en zijn te onderscheiden van kraaiennesten of opeengewaaide bladeren doordat u er niet doorheen kunt kijken. |
| Het is hier geen Afrika (4) De opmerkelijke loofboom die u langs de laan (4) of verwilderd in het bos ziet is de Robinia pseudoacacia. Vooral in juni vallen ze sterk op met hun witte bloemtrossen en heldergroene bladeren. De rest van het jaar zijn ze eveneens zeer herkenbaar aan hun diep gegroefde stam. De pseudoacacia’s komen oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Ze zijn niet direct verwant aan de echte acacia’s van de Afrikaanse savannen. Deze bomen zijn hier naar toegehaald vanwege hun hardheid (hard hout) en het afstaan van stikstof in de bodem (vlinderbloemige). Boeren gebruikten palen van deze boomsoort vooral in natte gebieden, vanwege dat harde hout. |
| De laatste venkraai (5) Deze sloot (5) loopt naar het Voorste Goorven. In 1950 is die afgedamd om te voorkomen dat er nog meer meststoffen met het slootwater in het Voorste Goorven terecht konden komen. Helaas is het planten- en dierenleven in de van oorsprong voedselarme vennen reeds sterk veranderd. Zo rest van de venkraai (zwarte stern), die vroeger in grote aantallen op de vennen broedde, alleen nog de naam van het hier tegenover gelegen Boshuis Venkraai. Sinds 1996 is de sloot weer heropend om opgepompt grondwater naar het Voorste Goorven te kunnen voeren. |
| Grote schoonmaak (6) Mede door de vervuiling was het Voorste Goorven (6) in 1950 bijna volledig dichtgegroeid met riet en biezen. Natuurmonumenten heeft het ven toen weer opengemaakt door het tot op de zandbodem uit te graven. Maar door neerslag van meststoffen uit de lucht werd het ven steeds voedselrijker. Een weelderige plantengroei zorgde voor een dikke, zurige laag slib, waardoor veel zeldzame soorten verdwenen. Daarom begon Natuurmonumenten in 1996 met een nieuwe schoonmaakactie door deze dikke sliblaag te verwijderen. Nu de bodem weer schoon is en het water kristalhelder, krijgen de planten die op voedselarme grond groeien opnieuw een kans. |
| Paddenopvang (7) Het Achterste Goorven (7) is niet schoongemaakt. In de zomer ziet u dat meteen aan de vele witte waterlelies. Een prachtige plant, maar wel een die aangeeft dat het water niet erg voedselarm is. Het Achterste Goorven is niet aangepakt, omdat het als toevluchtsoord voor de dieren diende. Honderden kikkers en padden vonden hier een rustig onderkomen terwijl de graafmachines uit de omliggende, drooggelegde vennen het slib weghaalden. |
| Open vennenlandschap (8) Tot voor kort was hier (8) een donker bos dat voornamelijk uit fijnsparren bestond. Natuurmonumenten kapte in 2005 een groot deel van dit bos, zodat er een open vennenlandschap kan ontwikkelen. Net zoals het was voor de grote bosaanplant. Vanaf deze plek heeft u nu een mooi uitzicht over drie vennen. Over een paar jaar groeien hier gagelstruiken, veenmos en her en der heidestruikjes. |
| Blinkend wit (9) Het Witven (9) stond eens bekend om zijn witte zandbodem die overal onder het water lag te blinken. Later, toen het ven veel voedselrijker was geworden, waren het vooral de witte waterlelies die het Witven kleur gaven. Na de schoonmaakactie van 1995-1996 hoopt Natuurmonumenten dat het open zand voorlopig de boventoon blijft voeren. Al zou het heel mooi zijn als daarop ook weer het tere wit van de waterlobelia verschijnt. |
| Door de wind ontstaan (10) Vanaf de Van Tienhovenbank (10) heeft u een fraai uitzicht over het langgerekte Van Esschenven. Aan de vorm en de omliggende zandheuvels is goed te zien dat dit ven ontstaan is door winderosie na de laatste IJstijd. Waar nu water is heeft de overheersende zuidwestenwind een laagte uitgeblazen, terwijl het zand dus vooral aan de noordoostrand in de vorm van duinen is opgehoopt. |
| Gezoem, gekwaak en gefladder (11) Hier bent u weer terug bij het Voorste Goorven (11). Let eens op de vele insecten die bij mooi weer boven het schoongemaakte ven zweven. Of op de dieren die zich aan al die insecten te goed doen: de kikkers, de zwaluwen en bij schemering de watervleermuizen. |
Vergelijk de peilen (12) Bron: Natuurrmonumenten. |
Zie ook:
|