| Huisvennenwandeling in de Kampina van de Oisterwijkse Bossen en Vennen |
|---|
Huisvennenroute Startpunt Beste seizoen Rolstoelgebruikers Routebeschrijving Met eigen vervoer: Gebiedsinformatie |
Op weg (1) |
| Kappen voor inheems bos (2 en 16) De begrazing zorgt ervoor dat het bos langzaam maar zeker natuurlijker wordt. Hier (2) en daar (16) versnelt Natuurmonumenten het proces door naaldbomen te kappen die van oorsprong niet in ons land voorkomen, zoals lariks en douglas. Zo ontstaat binnen afzienbare tijd een inheems bos met een gevarieerde samenstelling aan bomen, struiken en kruiden, dat in niets meer herinnert aan de bosaanplanten die hier vanaf 1900 zijn gedaan. |
| Aanwaai-bos (3) De Witte Bergen (3) is niet geheel met bos beplant. Tot zo’n twintig jaar geleden waren er hier en daar nog plekken met open stuifzand. Alhoewel er druk werd gespeeld en gerecreëerd raakten de kale zandhopen spontaan begroeid met zomereiken, ruwe berken en grove dennen. De grillig gevormde dennen die ontkiemd zijn uit aangewaaide zaadjes worden ook wel vliegdennen genoemd. |
| Heidezicht (4) Bij de bocht (4) heeft u een mooi uitzicht over de open vlakte. Honderden jaren geleden, toen meerdere schaapskuddes de woeste gronden van Kampina begraasden, was het waarschijnlijk één grote zee van heidestruiken en stroken zand. Onder het huidige regime met koeien en paarden is het een bijzonder structuurrijke heide met een sterke afwisseling van grassen, heideplanten, struiken en enkele bomen. In deze gevarieerde boomheide voelt een groot aantal dieren zich prima thuis, waaronder graafwesp, boomleeuwerik en levendbarende hagedis. Enkele dagen per jaar strijken hier zelfs kraanvogels neer, die de ruige en vaak doodstille vlakte uitkiezen om een tussenstop te maken op hun trektocht van en naar het zuiden. |
| Vennen, zand en kogels (5, 6 en 7) De vennen van Kampina, zoals het Duikersven (5), liggen op de plekken waar de wind na de laatste IJstijd het dekzand tot op de leemlaag heeft weggeblazen. Op deze kleiachtige ondergrond blijft het regenwater staan, waardoor hier al eeuwen prachtige, kraakheldere vennen liggen. Aan de overkant van het Kogelvangersv (6) en ziet u waar het uitgestoven zand terecht is gekomen: aan de noordzijde, waar nu de beboste Groene Bergen (7) liggen. In de 18e eeuw oefende de gendarmerie hier haar schietkunsten door over het ven in de zandheuvels te schieten, vandaar de naam Kogelvangersven. |
| Botanisch juweeltje (8) Het Groothuisven (8) is een van de waardevolste vennen van Kampina. Hier is het water nog bijna net zo schoon als veertig jaar geleden, terwijl veel andere vennen door toestroom van meststoffen aanzienlijk zijn vervuild. In en rond het Groothuisven komen nog planten voor die elders zeldzaam zijn geworden, zoals beenbreek, veenpluis, klokjesgentiaan en veenbes. |
| Vogelparadijs (9) Let op: om bij het vogelrijke Ganzenven (9) te komen, moet u bij de T-splitsing even van de route afwijken naar rechts. Bij het vogelscherm ligt een logboek waarin u kunt lezen welke vogels hier zoal gezien zijn. Dat varieert van een ‘doodgewone’ wilde eend tot zeldzaamheden als dodaars, lepelaar en zelfs zilverreiger. Veel vogels komen af op de Amerikaanse hondsvisjes die hier met duizenden in het ven rondzwemmen. Kijk ook eens aandachtig naar de takkenbossen waar het scherm van gemaakt is. In het zomerhalfjaar zitten er geregeld levendbarende hagedissen op die zich opwarmen in de zon. |
Variatie (10, 11, 12 en 13) |
Een boom leeft twee keer (14 en 15) Bron: Natuurrmonumenten |
Zie ook:
|