Huisvennenwandeling in de Kampina van de Oisterwijkse Bossen en Vennen

Huisvennenwandeling in het kort

Huisvennenroute
Huisvennenroute, rondwandeling aangegeven met witte paaltjes, lengte 6 km, duur 1,5 uur.

Startpunt
Informatiepaneel bij parkeerplaats De Huisvennen.

Beste seizoen
Alle seizoenen; opmerkelijk zijn de vele blauwe bosbessen in juli, de paarse heide in augustus en soms het doortrekken van kraanvogels in november en maart.

Rolstoelgebruikers
Rolstoelnatuurpad, rondrijroute voor mensen met een rolstoel of een kinderwagen, aangegeven op de kaart in het blauw, lengte 2,5 km, duur 3/4 uur.

Routebeschrijving
Met het openbaar vervoer:
is de Kampina moeilijk bereikbaar. Het beste kunt u naar NS-Station Boxtel reizen en daar een fiets huren. Vanaf het station is het ongeveer 7 km fietsen naar het startpunt. U volgt daarbij de geel-rode merktekens van de NS wandelroute Kampina. Waar de wandelroute een onverhard pad inslaat, volgt u de verharde weg Roond rechtdoor naar parkeerplaats De Huisvennen.

Met eigen vervoer:
is de Kampina te bereiken vanaf de Kapelweg (N624) tussen Oisterwijk en Boxtel.

Gebiedsinformatie
Opvallend aan Kampina is de uitgestrektheid, de ongereptheid, de rust en vooral de variatie. Met name bij de Huisvennenroute krijgt u bij bijna elke bocht weer een compleet andere beleving. Het landschap wisselt voortdurend van dicht bos tot open heide en van kletsnatte vennen tot gortdroge stuifzandheuvels. De afwisseling in vochtigheid en begroeiing brengt ook een grote variatie aan dieren met zich mee. Van bosuil tot kraanvogel en van heideblauwtje tot groene kikker voelen zich hier thuis. De natuurlijke rijkdom van dit gebied staat al lang bekend. Het was onder meer een favoriete plek van de heer Van Tienhoven. Deze (mede-)oprichter van Natuurmonumenten ligt inmiddels bij de Zandbergsvennen begraven en ‘zijn’ vereniging zet zich nog volledig in om Kampina zo adembenemend mooi te houden.

Op weg (1)
Vanaf de parkeerplaats loopt u de onverharde weg Huisvennen iets verder af en volgt u de witte palen door het klaphekje naar links. Let op: hinnikende en herkauwende werknemers Het klaphekje (1) en de rasters dienen ervoor om de grote grazers binnen het natuurgebied te houden. Natuurmonumenten laat het hele jaar IJslandse paarden en runderen in Kampina rondlopen. In het zomerhalfjaar (mei tot november) lopen er meer runderen dan in het winterhalfjaar. Het ras is een bekend Frans vleesras, namelijk Blonde d’Aquitane. Samen zorgen de grazers voor een natuurlijk evenwicht in het bos en op de heide: grassen en jonge boompjes krijgen geen kans om alles te overwoekeren en de heidebegroeiing kan zich goed ontwikkelen.

Begin pagina
Kappen voor inheems bos (2 en 16)
De begrazing zorgt ervoor dat het bos langzaam maar zeker natuurlijker wordt. Hier (2) en daar (16) versnelt Natuurmonumenten het proces door naaldbomen te kappen die van oorsprong niet in ons land voorkomen, zoals lariks en douglas. Zo ontstaat binnen afzienbare tijd een inheems bos met een gevarieerde samenstelling aan bomen, struiken en kruiden, dat in niets meer herinnert aan de bosaanplanten die hier vanaf 1900 zijn gedaan.
Begin pagina
Aanwaai-bos (3)
De Witte Bergen (3) is niet geheel met bos beplant. Tot zo’n twintig jaar geleden waren er hier en daar nog plekken met open stuifzand. Alhoewel er druk werd gespeeld en gerecreëerd raakten de kale zandhopen spontaan begroeid met zomereiken, ruwe berken en grove dennen. De grillig gevormde dennen die ontkiemd zijn uit aangewaaide zaadjes worden ook wel vliegdennen genoemd.
Begin pagina
Heidezicht (4)
Bij de bocht (4) heeft u een mooi uitzicht over de open vlakte. Honderden jaren geleden, toen meerdere schaapskuddes de woeste gronden van Kampina begraasden, was het waarschijnlijk één grote zee van heidestruiken en stroken zand. Onder het huidige regime met koeien en paarden is het een bijzonder structuurrijke heide met een sterke afwisseling van grassen, heideplanten, struiken en enkele bomen. In deze gevarieerde boomheide voelt een groot aantal dieren zich prima thuis, waaronder graafwesp, boomleeuwerik en levendbarende hagedis. Enkele dagen per jaar strijken hier zelfs kraanvogels neer, die de ruige en vaak doodstille vlakte uitkiezen om een tussenstop te maken op hun trektocht van en naar het zuiden.
Begin pagina
Vennen, zand en kogels (5, 6 en 7)
De vennen van Kampina, zoals het Duikersven (5), liggen op de plekken waar de wind na de laatste IJstijd het dekzand tot op de leemlaag heeft weggeblazen. Op deze kleiachtige ondergrond blijft het regenwater staan, waardoor hier al eeuwen prachtige, kraakheldere vennen liggen. Aan de overkant van het Kogelvangersv (6) en ziet u waar het uitgestoven zand terecht is gekomen: aan de noordzijde, waar nu de beboste Groene Bergen (7) liggen. In de 18e eeuw oefende de gendarmerie hier haar schietkunsten door over het ven in de zandheuvels te schieten, vandaar de naam Kogelvangersven.
Begin pagina
Botanisch juweeltje (8)
Het Groothuisven (8) is een van de waardevolste vennen van Kampina. Hier is het water nog bijna net zo schoon als veertig jaar geleden, terwijl veel andere vennen door toestroom van meststoffen aanzienlijk zijn vervuild. In en rond het Groothuisven komen nog planten voor die elders zeldzaam zijn geworden, zoals beenbreek, veenpluis, klokjesgentiaan en veenbes.
Begin pagina
Vogelparadijs (9)
Let op: om bij het vogelrijke Ganzenven (9) te komen, moet u bij de T-splitsing even van de route afwijken naar rechts. Bij het vogelscherm ligt een logboek waarin u kunt lezen welke vogels hier zoal gezien zijn. Dat varieert van een ‘doodgewone’ wilde eend tot zeldzaamheden als dodaars, lepelaar en zelfs zilverreiger. Veel vogels komen af op de Amerikaanse hondsvisjes die hier met duizenden in het ven rondzwemmen. Kijk ook eens aandachtig naar de takkenbossen waar het scherm van gemaakt is. In het zomerhalfjaar zitten er geregeld levendbarende hagedissen op die zich opwarmen in de zon.
Begin pagina

Variatie (10, 11, 12 en 13)
De route blijft afwisselend, met onder meer een prachtig uitzicht op de Kampinase Heide (10), een stuk bos (11) waar opvallend veel adelaarsvarens staan, het Meeuwenven (12) met vogelkijkscherm en vervolgens het Flesven (13). Het woord fles is net zoals het woord fleas of flaes afgeleid van het Franse woord Flache. Vennen die goede flache (leemlagen aan de oppervlakte) kregen de naam flachevennen, dat later is verbasterd tot flesven.

Begin pagina

Een boom leeft twee keer (14 en 15)
Vanuit het bos heeft u een fraai zicht over het Lelieven (14). Ook het bos zelf is het waard om even stil te houden. Dit deel (15) heeft al een behoorlijke mate van natuurlijkheid. Bomen van verschillende soorten en leeftijden staan hier kriskras door elkaar, terwijl op de bodem menig omgevallen boom ligt. Als dood hout maken ze een tweede leven door. Bij een boom die eerst tachtig jaar heeft gegroeid, duurt het zeker nog eens tachtig jaar voor hij volledig is verteerd. Al rottend biedt hij opnieuw voeding en beschutting aan de dieren en planten van het bos. Geen wonder dat Natuurmonumenten de dode bomen zo veel mogelijk laat liggen.

Bron: Natuurrmonumenten

Zie ook: