Oisterwijkse Bossen en Vennen

Het WolfsputvenOoit schreef iemand: "Noord-Brabant is een prachtig land en een van de mooiste plekjes is wel Oisterwijk, dat zelfs een der schoonste plaatsen van ons land genoemd kan worden, want zeer kwistig is deze streek met natuurschoon bedeeld. De afwisseling van akkers, bosschen, weilanden, waterpartijen en heide, elk met zijn eigen planten en dieren, is hier zo schilderachtig, dat het alleen aan onbekendheid is te wijten, dat deze plaats voor vreemdelingen langen tijd een weinig bezocht oord was."

Hoe anders is het nu: de schoonheid van het natuurgebied is gebleven, de onbekendheid heeft plaats gemaakt voor veel dagjesmensen die op eigen wijze recreëren.

In dit fantastische wandelgebied en fietsgebied kunt u voor een moment de waan en drukte van alledag ontvluchten. Wegdromen aan de rand van stille, rustgevende vennen, die bij mist en nevel hun mysterie verhullen. Wandelen langs weelderige, ontoegankelijke moerassen en moerasbossen en verwilderde akkers. Met de ogen dicht genieten van de vele zangvogels. In de Oisterwijkse Bossen en Vennen lijkt dichtbevolkt Nederland ineens heel ver weg.

Groot Goorven

Groot GoorvenHet ontstaan van de Oisterwijkse bossen en vennen
Het gebied bestaat uit een dekzandgebied dat zijn oorsprong vindt in de laatste ijstijd, zo'n 110.000 tot 10.000 jaar geleden. Het gebied was niet met ijs bedekt, er was een toendravegetatie met weinig plantengroei. Van de permanent bevroren bodem ontdooide in de korte warmere zomers alleen de bovenlaag.

Over deze kale boden werd met NW-winden zand geblazen dat zich in Brabant ophoogde als duinen in lange brede banen, die van ZW naar NO lopen (dekzandruggen). Aan het eind van deze ijstijd ontstonden er door uitstuiving uitwaaingslaagten en vennen (overheersende windrichting was toen ZW). Dergelijke vennen hebben een langgerekte vorm van WZW naar ONO. Toen zo’n 10.000 jaar geleden de temperatuur weer ging stijgen raakte het zand begroeid en werd het vastgelegd.

WitvenTijdens (500-1500 n.Chr.) en na de middeleeuwen konden de dekzanden hier en daar weer gaan stuiven omdat de begroeiing plaatselijk vernield werd door overbeweiding en overmatig kappen.Oisterwijk en omgeving ligt in een slenk, dat is een relatief dalingsgebied.

Deze slenk heet de Centrale Slenk. 2,5 miljoen jaar geleden tot ongeveer 10.000 jaar geleden was een periode van verschillende ijstijden. Toen werd er in de Centrale Slenk grof zand en grind afgezet door de Maas en de Rijn, die vroeger dus een totaal ander verloop hadden dan tegenwoordig.

Later werd deze slenk opgevuld met afzettingen uit de omgeving. Dat was zand dat door de wind aangevoerd werd en wat grover materiaal, dat met smeltwater uit hoger gelegen gebieden (Peelhorst en Kempisch Plateau) mee gevoerd werd. Aan het eind van de laatste ijstijd (Weichselien) werden tenslotte door de wind dikke lagen zand afgezet, de zgn. dekzanden. Zo ligt de Kampina op een dekzandrug die ongeveer loopt van Hilvarenbeek tot St. Michielsgestel. In de lagere delen van de dekzandrug ontstonden de vennen.

Groot Aderven
WitvenNiet alle vennen zijn op dezelfde manier ontstaan
De meeste vennen bij Oisterwijk zijn door de wind gevormd. Aan het eind van de laatste ijstijd had de wind vrij spel op de door de kou schaars begroeide bodem. Uit de lagere delen van de dekzandrug blies de wind de zandlagen eruit en waaide ze op tot grote hopen eromheen. Dat kun je mooi aan de vorm van deze vennen zien. Zij hebben een langgerekte vorm en worden aan een kant door heuvels omringt. Omdat de wind toen voornamelijk uit het zuidwesten kwam, liggen deze vennen in een van zuidwest naar noordoost lopende richting; de omringende zandheuvels bevinden zich dus aan de noordoostkant van het ven. De uitstuiving vond plaats tot het grondwater of een laag die moeilijker weg te blazen was, b.v. een leemlaag. In de periode na de ijstijden steeg het grondwaterpeil en vulden sommige vennen zich met grondwater, de andere vennen met ondoorlaatbare leemlaag of oerlaag vulden zich met regenwater. Van nature zijn deze vennen voedselarm. Het Groot Kolkven is niet door de wind uitgewaaid maar is ontstaan door het kolkende water van een oude smeltwaterrivier. Het is dieper dan de andere vennen. De langgerekte vorm komt hier door de richting van het smeltwaterdal. Een ander type vennen zijn de stroomdalvennen. Het zijn vennen die ontstaan zijn uit vroegere rivierbeddingen. Wanneer een deel van het stroomdal van een beek verstopt raakte, b.v. met zand, dan koos de rivier een andere weg en ontstonden er geïsoleerde waterplassen. Vaak zijn deze vennen langgerekter en niet zo komvormig als de uitstuivingsvennen. Het Belversven (oude Roseparm) en het Winkelsven (oude Dommelarm) op de Kampina zijn voorbeelden.
De Rozep tijdens een wandeling door de KampinaNatuurmonumenten
Rond 1910 kwam het landgoed De Hondsberg (voormalig landgoed van kasteel Durendaal) in handen van een projectontwikkelaar die van plan was, de vennen te dempen, het terrein te verkavelen en te bestemmen voor villabouw. Vereniging voor Vreemdelingenverkeer (VVV) afdeling Oisterwijk riep de hulp in van de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten, de Provincie Noord-Brabant en de gemeenten Oisterwijk en Tilburg. Door de activiteit van Mr. P. G. van Tienhoven (toen penningmeester van NM) en George Perk (secretaris VVV) lukte het om de benodigde gelden bij elkaar te krijgen (eerst aankoop 1913). In totaal waren er 20 aankopen nodig om tot het tegenwoordige bezit van ca. 400 ha te komen en werden er meer dan f 210.000,- betaald.

De Oisterwijkse bevolking schonk uit dankbaarheid aan NM de Van Tienhovenbank (nov.1935; bij het Van Esschenven) en benoemde een laan die door het vennengebied loopt naar Van Tienhoven.

De Rozep tijdens een wandeling door de KampinaFlora en Fauna
Futen, aalscholvers en eenden zoals de tafeleend, de kuifeend en de wintertaling bevolken het water. Ook de dodaars, een bedreigde vogel, voelt zich hier thuis. Bij het Kolkven kunt u ze zonder storen bewonderen achter een vogelscherm.

Om dit bijzondere gebied te behouden, voert Natuurmonumenten de nodige werkzaamheden uit. Enkele vennen zijn uitgebaggerd. Oevers zijn boomvrij gemaakt om de wind weer vrij spel te geven en oevervegetatie de ruimte te geven. In het water groeien bijzondere planten zoals oeverkruid, waterlelie en zeldzame sieralgen. Ook in de bossen wordt ingegrepen. In eentonige dennenakkers worden open plekken gehakt, waar loofbomen, struiken en kruiden kunnen groeien. Dood hout blijft liggen. Dood hout leeft omdat het voedigstoffen levert, trekt insecten en vogels aan en dient als schuil- en nestplaats voor muis, egel en winterkoninkje.

Wandelen en fietsen
De Oisterwijkse Bossen en Vennen zijn een ideaal gebied om te wandelen of te fietsen. De Goorvenwandeling onthult de mooiste locaties. U vindt overal banken waar u van het landschap kunt genieten. Vanuit het Bezoekerscentrum Oisterwijk vertrekken spannende en leerzame excursies. Met De Nachtwachter ontdekt u het hele jaar door de geheimen van een donker bos. U spitst de oren en scherpt uw ogen en hoort en ziet nachtdieren zoals de vleermuis en de bosuil. In voorjaar en zomer zijn er een libellentocht, een heksentoer en een natuurdag voor vader en zoon. Kijk voor meer informatie in onze activiteitenagenda.

Belversven

Wandeling Goorven
Goorvenwandeling

Wandeling Kolkven
Kolkvenwandeling
Klik hier voor de overzichtskaart.